|
De grote aardbeving van 1991 heeft veel schade aangericht in Costa Rica. Het spoorwegverkeer bijvoorbeeld kwam erdoor in een klap tot stilstand. Er was geen geld om de schade te herstellen. Meer dan tien jaar lagen er kilometers en kilometers rails te verroesten in de regen en te krimpen in de hete zon. Tot een paar slimme ondernemers er wel toeristenbrood in zagen. Eerst werd de Jungle Train op de rails gezet: van Siquirres naar Limon, drie uurtjes sporen, met een drankje erbij, voor het mooie bedrag van $101. Die trein zit dan ook stikvol met rijke Amerikanen. Nee, dan de trein naar Puntarenas. Je bent een hele dag onderweg voor slechts 4000 colon en het is een feest. Bovendien kom je er bijna geen toerist tegen! |
Zaterdagochtend moeten we om 5.30 uur aanwezig
zijn, want, zegt de stationsmeester, de trein zal om 6.00 uur
a punto vertrekken! Onze taxichauffeur
houdt bij hoog en bij laag vol dat er geen trein rijdt, al jaren niet.
We zouden bijna gaan twijfelen, ware het
niet dat we net twee dagen geleden kaartjes gekocht hebben.
De taxista probeert ons af te zetten bij
een busstation, maar we weten hem te overtuigen door te zwaaien met ons
treinkaartje. Het is cruk op het station. Hoewel het nog donker en behoorlijk
fris is, zit de stemming er al goed in.
|
Om kwart over zes zit iedereen in zijn
wagon en de locomotief toetert oorverdovend. De diesel komt langzaam
op gang, krakend zetten de oude wagons
zich in beweging. De trein rijdt over de markt, vanuit de open raampjes
kan je bij wijze van spreken zo de tomaten
en meloenen pakken. Mensen wuiven en lachen, het is inmiddels licht
geworden. Zo voeren de eerste kilometers
eigenlijk dwars door de stad, vlak langs huizen, over gammele
bruggetjes. En dan, bij Pavas, gaat het
over een hoge spoorbrug. Ratelend trekt de rivier onder ons langs
en zien we er een roestige treinwagon
liggen die er lang geleden neergestort is. Kippenvel.
Een uur na vertrek stoppen we op het station
van San Antonio de Belén, waar ook nog mensen instappen.
En de koffieploeg!
|
Verder schommelt en kraakt de trein door
landelijk gebied, huisjes langs het spoor, ook
hier zwaaiende mensen. We komen door Atenas
en langzaam maar zeker kruipt de trein omhoog, omhoog de
bergen in.
Hoger en hoger gaat het, we
krijgen adembenemende vergezichten te zien. Vervallen, verlaten
stationnetjes hoog in de
bergen, waar niemand meer in de buurt woont.
Vroeger moet de trein, naast het paard, een belangrijk transportmiddel
geweest zijn. Het is inmiddels ook een stuk warmer geworden, alle raampjes
staan wagenwijd open, veel passagiers
hangen half uit de trein. Soms kruipt
de trein vlak langs een bergwand en kijk je zo de diepte in. Als we heel
hoog
zijn, zien we de rivier de Tarcoles diep
in het dal stromen.
Het water kaatst de felle zon terug de hemel in.
| Al uren schommelen, piepen en kraken we door het landschap. Vanuit de trein ziet het er toch anders uit dan vanuit een auto. Misschien door de snelheid? Gemiddeld zullen we nog geen 25 km per uur halen. We genieten ervan. We lopen Orotina binnen en rijden – zo lijkt het – over de straat het plaatsje weer uit. Dan gaat het eindelijk weer naar beneden, de trein maakt wat meer vaart. De treinmeester komt ons waarschuwen voor de tunnel: geen hoofden buitenboord! We wisten niet van het bestaan van een andere tunnel dan de Zurqui. Gillen en brullen, letterlijk, zodra de trein enkele meters in de tunnel is. Het is zo donker dat je werkelijk geen hand voor ogen kunt zien. Iedereen schreeuwt anoniem zijn longen uit zijn lijf, zou dat zijn om te bevestigen dat je nog bestaat, en niet opgeslokt bent door het zwarte niets? |
|
En dan, toch nog plotseling, komt er een
eind aan de reis. Mata de Limón. De trein stopt langs een weg,
iedereen moet eruit. Wat een stilte en
wat is de grond onbeweeglijk! Het lijkt wel of we zeebenen hebben gekregen
na ruim vier uur in onze schommelende
wagon. De zon brandt genadeloos, het is er zeker 10 graden warmer dan bij
ons vertrek uit San José. De meeste Tico’s lopen richting strand
met hun koelboxen en radio’s. Je kan ook de bus nemen naar Puntarenas,
zo’n 18 km verderop. Maar, wordt ons op het hart gedrukt, om drie uur a
punto vertrekt de trein weer!
Op tijd reserveren is noodzakelijk, want
de trein zit ieder weekend stampvol.
Maandag t/m vrijdag kun je kaartjes kopen
bij het Estacion Pacifico (Avenida 20/Calle 2) in San José